Deze brief stuurde ik op 3 september 2013 naar Trouw. De brief is niet gepubliceerd.
Het meisje spreekt. Ze spreekt wijze woorden, zeker voor
haar leeftijd. De woorden zijn krachtig en geven hoop. Het meisje heeft veel
meegemaakt en zal nog veel meemaken – als ze tenminste blijft leven. De woorden
die het meisje uitspreekt zijn stuk voor stuk overtuigend en geven hoop.
Een dag eerder spreekt een man. Het is een belangrijke man
en zijn woorden zijn minstens net zo belangrijk, en wel voor de toekomst van een
heleboel mensen. De woorden geven weinig hoop. De stemming is niet positief. De
man vertelt de toehoorders dat het niet meer hetzelfde wordt als het was, en
dat hij er ook niet zo veel aan kan doen.
Twee mensen, twee speeches. De eerste speech komt van de
zestienjarige Malala Yousafzai, bekend als het meisje dat een aanslag op haar
leven door de Taliban overleefde en haar strijd voor onderwijs voor meisjes in
Pakistan nu ze weer gezond is voortzet. Ze vertelde haar verhaal bij de opening
van een enorme bibliotheek in Birmingham. Haar belangrijkste punt was dat
onderwijs de wereld kan veranderen – al is het maar in de vorm van een boek,
een pen of een leraar.
De tweede speech is van premier Rutte. Hij hield deze op
maandag 2 september in de Rode Hoed, als opening van het nieuwe politieke
seizoen. De speech ging – uiteraard – over de economische situatie in Nederland
en de rol die de regering daar in speelt. Rutte meldde het volk dat de crisis
niet met een toverstokje op te lossen was. Wát een visionair, die man. Ook hij
heeft ondertussen ontdekt dat de wereld van Tita Tovenaar niet bestaat. Enfin:
het belangrijkste punt van onze premier was dat de overheid er voor gaat zorgen
dat de burger de boel zelf kan regelen. Meer zelfredzaamheid voor iedereen,
helaas, niks aan te doen. Er was echter ook positief nieuws: Nederland heeft
een goede basis. Daar heeft de ontslagen thuiszorgmedewerkster erg veel aan,
net als de aankomend student met het vooruitzicht van een carrière die begint
met een fikse studieschuld – als die carrière ooit begint- , dank u wel meneer
Rutte. Natuurlijk weet ik dat Rutte de boel niet alleen kan oplossen, en dat we
in een economische crisis verkeren. Ik weet ook dat er dingen moeten veranderen
en dat er gewoonweg minder geld beschikbaar is. Maar Rutte had een speech als
die van Malala moeten geven. Een speech met hoop, een speech waarin hij
welwillendheid laat zien om de dingen beter te maken voor zijn volk. Het volk
moet weten dat hier haar leider staat, en niet zomaar een willekeurig VVD-lid.
Een leider moet hoop geven – ook al is het maar een klein beetje. Een leider
moet, als er een roep om opbeurende woorden is, zijn uiterste best doen om die
opbeurende woorden uit te spreken, al moet hij ze uit zijn tenen trekken. Wees
alstublieft zo’n leider, meneer Rutte. Wees een Malala, dat kan Nederland goed
gebruiken.
Marieke Dwarswaard, 17
Geen opmerkingen:
Een reactie posten